zaterdag, november 15, 2008

Sint-Albertus de Grote 1962 versus 1969/1970


De oratie van vandaag vormt een excellente illustratie van de inhoudelijke wijzigingen die zijn aangebracht in het missaal van de Novus Ordo.
Sint-Albertus, bisschop en kerkleraar is een heiligenfeest in de buitengewone vorm (=BGV) en een vrije gedachtenis in de gewone vorm (GV). Volgens het Calendarium Romanum 1969 betekent een vrije gedachtenis dat Sint-Albertus geen universele betekenis voor de Kerk heeft. Vreemd voor een kerkleraar!

De 1962 oratie:

Deus, qui beatum Albertum Pontificum tuum atque Doctorem
in humana sapientia divinae fidei subiicienda magnum effecisti:
da nobis, quaesumus,
ita eius magisterii inhaerere vestigiis
ut luce perfecta fruamur in caelis.

(Vertaling: A Belgian Thomist)
God, die uw heilige bisschop en kerkleraar Albertus groot hebt gemaakt door de menselijke wijsheid ondergeschikt te maken aan het goddelijk geloof, geef ons, wij smeken U, dat wij zo het spoor van zijn leer volgen, dat wij het volmaakte licht mogen genieten in de hemel

De 1969/1970 oratie (vet de wijzigingen):

Deus qui beatum Albertum episcopum
in humana sapientia cum divina fide componenda magnum effecisti:
da nobis, quaesumus,
ita eius magisterii inhaerere doctrinis
ut per scientiarum progressus
ad profundiorem tui cognitionem et amorem perveniamus


(Vertaling: Altaarmissaal Nederlandse Kerkprovincie 1979)
God, Gij hebt de heilige bisschop Albertus groot doen zijn in het streven om menselijke wijsheid te verenigen met goddelijk geloof. Laat ons de leer die hij heeft verkondigd zo ter harte nemen, dat wij door de vooruitgang van de wetenschap U beter leren kennen en vuriger beminnen.
(Vertaling: A Belgian Thomist)
God, die de heilige bisschop Albertus groot hebt gemaakt door de vereniging van de menselijke wijsheid met het goddelijk geloof, geef ons, wij smeken U, zo vast te houden aan de inhoud van zijn leer dat, door de vooruitgang van de wetenschappen, wij mogen komen tot een diepere kennis en liefde van U

Enkele opmerkingen:
1/Alhoewel het een vrije gedachtenis is voor een bisschop en kerkleraar, wordt dit niet meer vermeld in het 1969 gebed.

2/De onderschikking van de menselijke wijsheid aan het geloof (1962) is niet hetzelfde als de vereniging ervan. Zoals de genade de natuur vervolmaakt en niet vernietigd, zo wordt menselijke wijsheid, wanneer het zich onderwerpt aan God en wat enkel door het geloof kan gekend worden, voltooid (1962). Dit is meer dan enkel een combinatie of vereniging (1969). Geloof en menselijke wijsheid staan niet op eenzelfde niveau!

3/1962 is zeer duidelijk: er is sprake van twee elementen, nl. de onderschikking van de menselijke wijsheid aan het geloof en de vraag dat wij de weg van zijn leer zo zouden volgen dat wij in de hemel geraken. 1969 maakt dit complexer en meer ambigu. Immers, hoe wordt er nu gevraagd dat wij tot een diepere liefde en kennis van God zouden komen? Is het door vast te houden aan zijn leer of door de vooruitgang van de wetenschappen? Het gebed suggereert zowel dat wij dit kunnen doen door vast te houden aan zijn leer als dat wij (zowaar!!) door de vooruitgang van de wetenschappen dit doel kunnen bereiken. Maar dit is zeer ambigu, meer zelfs: wij kunnen helemaal niet door de vooruitgang van de wetenschappen dit doen, misschien door een zich ontwikkelend inzicht in de wetenschappen of een diepere studie, aan de hand van Albertus, van de wetenschappen. Maar de vooruitgang als zodanig is geen weg tot God!!

4/De eschatologische dimensie ontbreekt volledig in het nieuwe gebed.

Besluit: het nieuwe gebed, gecomponeerd, gecreëerd aan een bureau, is ambigu en onvolledig.


Ceterum autem censeo, Missam extraordinariam esse promovendam

Geen opmerkingen: